C O N S E R V I N G A M A Z O N T R E A S U R E S
MORE AMAZON

Naturalis 7 maart 2009 
Lezing bij de publieke start van Amazon Fund 
Door Piet van Ipenburg, stichting Biodiversiteit en Educatie 

De kwak is zeldzaam in Nederland. Dat is niet zo gek, want een broedpaar heeft tien hectare ongestoord moeras nodig om 's nachts voldoende eten bij elkaar te scharrelen. Ook wel nachtreiger genoemd, een spookjager met enge geluiden. Ik citeer uit de Atlas van de Nederlandse broedvogels: De kwak is moeilijk te inventariseren. Maar de veronderstelling is gerechtvaardigd dat er in ons land beslist meer paren voorkomen dan thans bekend is. Het aantal broedparen kan op 12 tot 18 worden getaxeerd.'  Zo geheimzinnig en toch zo gedetailleerd in beeld. Wat weten we, zeker hier in Naturalis, ongelooflijk veel van de Nederlandse natuur!

Ik ben geen groot vogelaar. Maar ik kan u zeggen: de kwak prijkt op mijn lifelist. Dat was niet zo moeilijk. Ik zag de kwak dagelijks toen ik les gaf in Lima. Mijn school lag middenin de woestijn naast een kunstmatig meertje. Daarin was een rietkraag van twee bij dertig meter met vijftien kwakbroedparen. Onze eigen nachtreiger vist daar overdag op zijn gemak, af en toe opgeschrikt door passerende gieren of een neerplonzende overwinterende Noord-Amerikaanse visarend. Ik bedoel maar: wat weten we nu eigenlijk echt? Die Nederlandse beschrijving is gebaseerd op jarenlang observeren: de kwak is hier een tot diep in de nacht hard doorwerkende solist, maar blijkt dan in het zonnige zuiden een zorgeloos feestbeest. Als Gouwenaar had ik dat kunnen weten. Uit een rekening blijkt dat er in 1357 in moerasbos ten westen van Gouda 2000 kwakken waren gevangen.

Met die huidige achttien broedparen is de kwak nog niet uitgestorven. En biodiversiteitsceptici hebben gelijk: hij staat niet meer op ons menu (net zo min als de dodo en de mammoet), dus hij heeft voor ons geen nut. Hooguit een enkele fanatieke vogelaar zal hem missen.

Nogmaals: wat weten we nu echt van de Nederlandse natuur behalve indrukwekkend veel kwakverhalen ingekapseld in wetenschappelijke cijfertjes? Veldbiologen noteren weliswaar nauwgezet wat ze waarnemen maar ecologen hebben er weinig benul van wat er gebeurt als er aan één draadje van het ingewikkelde web wordt getrokken. Hoe hangt alles samen? Hoe komt het dat de kwak er bijna aan is gegaan? Te veel mensen en te veel verstoring? Maar hoe komt het dan dat de lepelaar zich, toen eind jaren tachtig de vos hem in Het Naardermeer als delicatesse ontdekte, in paniek juist succesvol over heel Nederland verspreid heeft?


Sachavacayoc Centre

Ik gaf dus les in Lima, op een particuliere school. Die eliteschool beheert voor de leerlingen een eigen veldstudiecentrum in het Peruaanse regenwoud en ik was daar managing-director. De ideale baan. Elke maand twee weken in een net pak les in Lima en dan twee weken Amazonia in. En nog steeds kan ik, dankzij Nederlandse leerlingen die met ons meereizen, van die rijkste natuur ter wereld genieten.

Want extreem rijk is het er, zelfs voor regenwoudbegrippen. Op slechts zeven bij zeven kilometer 630 vogelsoorten, 1450 vlindersoorten en per woudreussoort tot wel 600 soorten insecten, waaronder op één zo’n boom meer mierensoorten dan in heel Nederland. We zijn nauwelijks op de hoogte van de biodiversiteit daar, laat staan dat we iets weten van de ecologische samenhang. Kijk eens achter me naar de gegevens van de tanagers: zang onbekend, broedgegevens onbekend, verspreiding onbekend. En die tanagerfamilie bevat de felstgekleurde vogeltjes! Welke kennis verwacht je dan over de onopvallende kwakachtige zigzagreiger, de nog minder vaak waargenomen solitaire (!) boshond, of de miljoenen niet eens wetenschappelijk beschreven insectensoorten?

En op plantengebied: hoe slagen al die soorten erin om samen op te trekken? Zouden 200 boomsoorten per hectare echt allemaal hun eigen unieke levensbehoeften hebben, wat biologen graag zien om de theorie over niches te laten kloppen? Of zijn al die soorten daar een kwestie van toeval, gevolg van een paar miljoen jaar in alle evolutionaire richtingen een beetje aanmodderen? Basale wetenschappelijke vragen kunnen in deze rijkste natuur ter wereld beantwoord worden.


Ons nieuwe oerwoudlaboratorium

Logisch dus dat we ons als stichting Biodiversiteit en Educatie sterk maken voor een oerwoudlaboratorium in Zuidoost-Peru! Eind dit jaar is het klaar. Met het door ons gefinancierde laboratorium ontstaat er, naast de al bestaande accommodatie voor scholieren, ook werk- en leefruimte voor studenten. ‘Mijn’ Newton College uit Lima, de eigenaar van Sachavacayoc Centre, heeft daarvoor het slash-and-burn bedrijfje van de buren gekocht na twee jaar bureaucratisch door de lokale corrupte stroop zwemmen. Dankzij een Nederlandse donateur kon eind 2008 de bouw van het veldlab beginnen. De leerlingen van de Noord-Hollandse Berger Scholengemeenschap hielpen vorig voorjaar mee om het terrein bouwrijp te maken. Die van het Amsterdams Lyceum, afgelopen herfst op bezoek, hebben geld bij elkaar gebracht voor de brug over de beek, zodat toekomstige studenten ook gebruik kunnen maken van keuken, eetzaal en voetbalveld. De leerlingen van het Heerbeeck College te Best, die er over zes weken zijn, voeren momenteel acties voor de labinventaris.

Nu het aanbod er bijna is, wordt het zaak om vraag te creëren. De afgelopen jaren is er al een dozijn Nederlandse studenten in Sachavacayoc bezig geweest, ook al resulterend in peer reviewed publicaties. Nu zoeken we structureler studenten, universitair en hbo, die als aanstaand bioloog, vogelaar, vlinderaar, ecoloog, entomoloog, limnoloog, bosbouwer, geograaf, maar ook als socioloog, linguïst, of antropoloog een onschatbare oerwoudervaring op willen doen. Er is ook ruimte voor jonge kunstenaars: het veldlaboratorium moet gedecoreerd worden, het terrein gevuld met lokaal geïnspireerde kunst, er moet ter plekke oerwoudpoëzie geschreven worden.

En ik wacht met smart op die jonge onderzoeksjournalist die tijdens zijn oerwoudstage het verhaal van de shifting concessions documenteert. De grote legale en o zo duurzame houtzagerijen in Puerto Maldonado hebben keurige houtkapconcessies, daterend nog van voor het gps-tijdperk. De omschrijvingen zijn vaag: 'Na het derde beekje links en dan ligt de concessie vanaf de grote kapokboom 300 meter oost en 200 meter zuid'. Die concessierechten zijn wel wat beduimeld. Elk document wordt namelijk al twintig jaar steeds opnieuw gebruikt om steeds andere stukken bos kaal te kunnen kappen. De Britse biologe die daar in haar eentje tegen vecht zal niet oud worden.

Zolang een kliek machthebbers de enorme opbrengsten van kaalkap, voor hardhout, veeteelt, soja, olieplantages of overheidssubsidies in eigen zak kan steken is niets tegen hun opportunisme opgewassen. Maar als we dat nou eens omdraaien? Laten we dat opportunisme gewoon gebruiken! En dat lukte: de 80 hectare buurterrein van Sachavacayoc Centre kostte 25.000 dollar. Belachelijk weinig voor Nederlandse begrippen. Belachelijk veel in Peru. Iedereen blij!

Ik geloof heilig in een betere wereld door meer onderwijs, meer democratie en meer welvaart. Want samen resulteren die in minder mensen. De directe benadering zag ik ooit ook wel zitten: wereldwijde gratis anti-conceptie. Maar daarmee in het klein beginnen bleek al te lastig. Als managing-director van Sachavacayoc veldstudiecentrum wilde ik iedere werknemer elke maand een pakje condooms geven. Maar mijn baas, die prestigieuze school uit Lima, telde te veel vooraanstaande katholieke ouders om zich maandelijks een condoomrekening te kunnen veroorloven. Ik had begrip voor dat opportunisme. Trouwens, ook op mijn huidige school zou de boekhouder vragen stellen.

Dan blijft onderwijs dé sleutel voor redding op termijn van alles van waarde. En dat is wat wij proberen. Wij brengen Nederlandse en Peruaanse leerlingen en studenten naar het oerwoud. Die doen er een ervaring op die een leven lang blijft hangen. Dat is wat ik als leraar kan, een beetje draagvlak creëren, zodat het vanzelfsprekend wordt om van tropische bossen af te blijven, zoals we tegenwoordig ook geen vogelnestjes meer uithalen.

Behoudens infectieziekten, omdat we massaal resistente ziekteverwekkers kweken, en behoudens oorlogen die het proces eveneens prettig zouden versnellen, zal globaal pas na 2050 de mensheid in aantal af gaan te nemen. De natuur moet dus nog even de adem inhouden, elke soort als deelnemer aan de grote uitsterfloterij. Nog slechts veertig jaar massale extinctie voor de boeg, je wordt er bijna vrolijk van.


Opportunisme

Maar op korte termijn valt er alleen wat te bereiken via menselijk opportunisme. Vandaar dat ik volledig achter zo’n aankoop sta die een willekeurige Peruaanse boer rijk maakte. Dankzij zulk opportunisme hebben we een beetje hoop dat er hier en daar iets moois overblijft.

Ik noem u een persoonlijke drijfveer. Zeven kilometer lopen vanaf Sachavacayoc Centrum ligt een oerwoudmeertje. Paradijselijk. Daar kamperen we met onze leerlingen en zwemmen er tussen praktisch uitgestorven reuzenotters en zwarte kaaimannen. Aan de overkant van het meertje gaat het oerwoud ongerept verder tot Bolivia. Daar ligt een prachtig bospad, alleen bij de maker bekend. Twee keer per jaar veeg ik daar met een machete mijn eigen paadje schoon, Hollandse scholieren achter mij aan. Zolang dat veldstudiecentrum bestaat en ik er met betalende bezoekers kom, loop ik daar op mijn eigen bospad, over een paar jaar met mijn zonen, nu nog zes en twee. Ordinair eigenbelang dus, ook voor mij zelf is opportunisme het toverwoord.

Met dat opportunisme heb ik het wezenskenmerk van de mens genoemd. Een beetje rondscharrelen, wat verzamelen, een dagje jagen, toeslaan als het kan, geen risico’s, zorgeloos wat genieten: zo zijn wij opportunisten nu eenmaal. Kijk maar eens hoe Darwin misbruikt wordt dit jaar. Iedereen pikt een graantje mee. Terecht, het doel heiligt de middelen. En Darwin was zelf ook een opportunist. Op zijn sterfbed gauw zijn levenswerk afzweren voor het geval dat hij toch die God der wrekende genade onder ogen zou komen. Een neurotische zielepiet. Hield zich op kosten van pa een leven lang bezig met de kiemkracht van zaadjes in de vogelpoep gevonden in zijn tuin en met hoeveel aarde de regenwormen in die tuin verplaatsten. Darwins onderzoekjes hadden minder diepgang dan het profielwerkstukonderzoek van een goede vwo-leerling. En er intussen al die tijd maar niet in slagen om het mechanisme van die toen al jaren rondzingende evolutietheorie te vatten. Totdat Wallace hem op natuurlijke selectie wees en voor Darwin eindelijk alles op zijn plaats viel. Hij herschreef als een gek zijn manuscripten en lichtte pas daarna zijn hoogwaardige vriendjes in. Zo kon hij als de grootste wetenschappelijke opportunist aller tijden met de eer strijken.

Wallace zat als gewone jongen aan de verkeerde kant van het grote geld. Die heeft zijn hele leven keihard in de tropen moeten werken als collectioneur voor de rariteitenkabinetten van Darwins welgestelde vrienden.

Opportunisme, hét kenmerk van onze soort, met Darwin als de grote roerganger.


Biodiversiteit

Iets anders nu. Hoe groot is het uitsterfprobleem nu eigenlijk? Loopt het echt zo’n vaart, zeker ten opzichte van andere problemen? Wel, volgens mij stelt het broeikasprobleem op termijn niet veel voor, dat geeft alleen tijdelijk wat last voor de kustbewonende mens en voor een paar ijsberen. Een grotere dreiging voor ons is die al genoemde resistentie tegen medicijnen. En nog ingrijpender is het door elkaar husselen van ecosystemen. Dat is nu al een ramp: niet door die paar nijlganzen, halsbandparkieten en bamboemuggen, maar bijvoorbeeld door Afrikaanse koffieparasieten die Colombia hebben bereikt; of die Japanse zeester die als bootvluchteling in ballastwater naar Australië emigreerde en daar nu baai na baai alle schelpen leegeet. Maar mijn absolute topprobleem is de afname van biodiversiteit. Het enige dat van óns bestaan over 100.000 jaar nog zichtbaar zal zijn, is dat we massaal soorten laten uitsterven. Dat géén probleem voor de mens noemen onderstreept dat we onze verantwoordelijkheid ontwijken. Mensen zijn de enige echte megabedreiging voor de natuur en zichzelf. Alle oerbossen redden schijnt te kunnen voor vijftienmiljard dollar: niet een bedrag waar we door de crisis tegenwoordig nog van wakker liggen.

Politiek?

Biodiversiteit moet het hebben van maatschappelijk draagvlak want op de politiek kun je niet wachten. Ik lees in het boek 'Tropisch regenwoud, Schatkamer van biodiversiteit' na een prima opsomming van wat Nederland allemaal gaat doen om tropische bossen te beschermen het regeringsstandpunt: 'Met de inzet van deze instrumenten moet het mogelijk zijn binnen vier jaar in Nederland slechts hout te gebruiken dat afkomstig is uit regio's waar het bosbeheer gericht is op bescherming en duurzame productie.' Fantastisch nieuws! Weg cynisme en ongeloof in de politiek! Maar op het symposium waarbij de minister dit regeringsstandpunt uitsprak, monkelden wetenschappers direct al dat dat toch niet zal lukken. Dat symposium was hier, in ditzelfde voormalige Pesthuis, ooit al met opzet een beetje buiten de werkelijkheid gebouwd. De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voerde hier het woord, de CDA'er Bukman, in 1991. En helaas kregen de cynici gelijk. Die door hem per 1995 beloofde honderd procent duurzaam geoogst hout is niet gehaald. Nog steeds niet, we zitten slechts op een procent of vijftien. Het CDA toonde zich de afgelopen achttien jaar een slecht rentmeester door in de Tweede Kamer consequent tégen de bij Bukmans CDA-standpunt behorende wetgeving te stemmen. Normen en waarden, een nieuwe internationale financiële wereldorde gebaseerd op fatsoen? Eerst maar eens de hardhouten balken uit het eigen oog verwijderen en doen wat je belooft. En dan de maatschappij duurzaam ordenen juist door ons mesnelijke, normale opportunisme te gebruiken in plaats van heilig verontwaardigd, en politiek opportunistisch, doen of opportunisme vies is. Noem het win-win en opportunisme klinkt al heel anders.

Terug naar ons laboratorium. Is al dat onderzoek in ons aanstaande oerwoudlab eigenlijk wel nodig? Niet vanwege het nut voor de mens denk ik, maar met nut als criterium kun je heel veel wegbezuinigen. En als de vraag bedoelt of we er met het onderzoek achter kunnen komen of dat bos de moeite van het redden waard is, is mijn antwoord eveneens: nee, natuurlijk niet. We weten allang dat elk tropisch regenwoud bijzonder is, en bijzonder kwetsbaar, en dat je er absoluut vanaf moet blijven, zelfs als je opportunistisch uit algemeen menselijk belang redeneert. Maar voor het redden zijn bevlogen jonge mensen nodig. Daarom vind ik het zo verschrikkelijk dat tropisch regenwoud als examenonderwerp biologie in het vwo is geschrapt. En ik vind het nog verschrikkelijker dat bezoek aan tropisch regenwoud niet verplicht is op Nederlandse biologieopleidingen. Natuur in gematigde streken is immers maar een matig aftreksel van echte, dus tropische natuur.

De bejaarde John Terborgh, een van 's werelds beste ecologen, trekt nog jaarlijks met zijn studenten het oerwoud in, de helft daarvan betalend Amerikaans, de andere helft meeliftend Peruaans. Voor Nederlandse studenten te duur? Onzin! Binnen ons motto 'willen is kunnen' hadden wij Nederlandse scholieren mee naar Peru die met een krantenwijk de complete reissom zelf bij elkaar hadden gewerkt. Studenten die beweren zich dit niet te kunnen veroorloven wíllen zich dat niet veroorloven. Dan moet je geen bioloog willen worden. Drie maanden in ons oerwoudlab voor $10 per dag is voor niks. En daarmee betaal je dus ook het oerwoudverblijf van een arme Peruaanse medestudent die zíjn studie biologie bekostigt met een baantje als nachtwaker, jarenlang, elke nacht twaalf uur.

Mijn voorstel om het niveau van alle Nederlandse biologieopleidingen te verhogen: je krijgt je bul pas als je in een tropisch regenwoud hebt rondgedwaald.

Een Nederlandse student zei na vier jaar lerarenopleiding biologie tegen me: 'Ik heb hier in het oerwoud in een week meer van biologie geleerd dan tijdens mijn hele studie.' Niet toevallig gingen Wallace en zelfs Darwin hem voor.


Ik eindig met een persoonlijke ervaring.

Amazonia kent mixed species flocks. Zo’n mixed flock is een groep van tientallen paartjes vogels van evenzoveel verschillende soorten, allemaal hoogst gespecialiseerd. De ene soort zoekt groene insecten onder groene blaadjes, de andere bruine bovenop bruine bladeren, de volgende doorzoekt mosplakken hoog boven de grond, weer een andere speurt onafgebroken gaatjes in takken af. Het paartje aan zo’n mixed flock deelnemende vliegenvangers slaat alarm als er een roofvogel aankomt en slaat ook af en toe vals alarm: de wegschietende rest van de club verstoort dan allerlei insecten en die worden bij hun opvliegen door die twee vliegenvangers onderschept. Zo schuiven ze als een superorganisme door het bos. Soms sta je plotseling midden tussen gepiep en gefladder, maar toch krijg je ze nauwelijks te zien. Het is de ultieme uitdaging en frustratie op vogeltjesgebied.

Pas door die tropische mixed species flocks gingen mij in mijn Nederlandse achtertuin de ogen open: uren zie ik er niets en dan ineens tegelijkertijd een merel, kool- en pimpelmezen op de vetbolletjes, spreeuwen en huismussen ruziën op de broodkorsten, een heggenmus, drie vinken, een winterkoninkje en een roodborstje. Allemaal samen. Al die verschillende ogen houden de buurkatten in de gaten. Mijn persoonlijke mixed species flock! Dat ik dat niet eerder door had. Net als Darwin kijk ik dankzij de tropen anders tegen mijn achtertuin aan en vond ik er de rust om ‘Les in Lima' te schrijven. Met uw aankoop* daarvan redt u regenwoud! U blij, ik blij: win-win!

*Het boek ‘Les in Lima’ is voor 19,00 euro (inclusief verzendkosten) te bestellen via biodiveduca@hotmail.com.

Help mee om de Amazone natuur en cultuur te redden. Word vrijwilliger in Nederland en Bolivia. Word donateur voor € 5,- pm of € 60,- pj. Heeft u vragen, stuur dan een mailtje naar info@amazonfund.eu. Bellen kan ook. 0475 691139.

© Stichting Amazon Fund | KvK 14103019 | info@amazonfund.eu